Let it go, let it go!

Me ergens in vastbijten, dat kan ik goed. Eigenwijs zijn, dat ook. Iemand vergeven en flexibel zijn, ho maar. Daar was ik nooit goed in. Was, inderdaad. Want toen ging ik (tijdelijk) in Oeganda wonen, en daar leren ze je ‘cold turkey’ de betekenis van let it go…

Altijd wachten

Ik schreef al eerder hoe de Oegandese cultuur anders is dan de Nederlandse: sociale contacten zijn veel belangrijker dan tijd, planningen en schema’s. Dit betekent in de praktijk dat je héél veel aan het wachten bent. Wachten totdat iemand op een afspraak komt opdagen, wachten totdat iedereen er is zodat je kunt vertrekken, wachten totdat de lunch klaar is, wachten totdat… Dit klinkt als een hel, ik weet het. Planningen gaan het raam uit voordat ze eenmaal begonnen zijn, je krijgt nooit alles wat je wilde doen gedaan, en je zit heel veel tijd te verdoen. Om gek van te worden!

De eerste keer dat ik dit in het extreme ervaarde was toen ik hier net een maand woonde, in 2014. We zouden een jongen terug gaan brengen naar zijn familie. Dat was ver rijden dus we moesten vroeg op. Om 8.00u moest ik aanwezig zijn, wat ik braaf was. Je kunt je voorstellen dat dit in die tijd, met mijn toen nog heftige slaapproblemen, heel moeilijk voor mij was. Maar ik was er! En wat trof ik aan? Niemand. Het was 8.45u toen de eerste mensen op kwamen dagen. Wat heb ik me op zitten vreten! Toen moest de jongen worden gevonden. En iedereen die mee moest. Er moest getankt worden, en iedereen die al gevonden was, verdween ook weer. Het duurde en duurde. En ik kon niks doen. Ik zat daar maar. We zijn nooit vertrokken.

Hoe overleef ik…

Zo heb ik tientallen, zo niet honderden, voorbeelden. Maar hoe ga ik daar dan mee om? De ik die thuis drie whiteboards, een deur vol met post-its en een uitgebreide, tot op de minuut geplande, planning heeft? Dit is het tegenovergestelde. En toch vind ik het hier héérlijk. Want wat een rust geeft dit ook! De verwachtingen zijn veel lager, er is minder stress en dingen die vandaag niet gebeuren, gebeuren morgen wel. Of niet.

Weet je wat het is, aan de cultuur kan ik niks veranderen. Ik kan wel boos zijn als iets niet volgens planning gaat, maar wat heb ik daaraan? Het is niet dat het dan de volgende keer anders gaat. In plaats daarvan heb ik geaccepteerd dat ik de situatie niet kan veranderen, maar mijn manier van ermee omgaan wel. Omdenken. Denken in oplossingen. En regelmatig ‘let it go’ zingen in mijn hoofd 😉

Twee vliegen in één klap

Hoe gaat dat dan? Zo: de afspraak is dat ik om 9.30u thuis word opgehaald. Dat is vaak 10.15u. Dus ik zorg dat ik rond 10.00u klaar ben. Als ik eenmaal op CRO ben, ga ik eerst ontbijten. Daarna doe ik wat werk, zoals het schrijven van deze blog, en het beantwoorden van mails. Ondertussen spreek ik alvast iedereen aan met wie ik die dag iets zou gaan doen. Ik doe nog wat werk en als ik geen zin meer heb, dan ga ik op zoek naar diezelfde mensen. Is iemand al klaar om iets te gaan doen? Anders doe ik iets wat op mijn Oeganda-todolijst staat. Gisteren heb ik bijvoorbeeld foto’s gemaakt van de schilderingen op de muren. Moest toch nog. Na de lunch (rond 14.00u) krijg ik vaak de dingen gedaan die op de planning stonden.

Door dit te doen, sla ik twee vliegen in één klap (heel handig met die muggen hier 😄): ik krijg de dingen gedaan waarvoor ik hier ben, en in de tussentijd doe ik gewoon mijn werk. Dat gaat dan ook nog eens veel sneller omdat ik tijd aan het vullen ben; ik ‘moet’ dus niet werken, ik ‘mag’.

Een dag waarop ik drie dingen voor CRO gedaan kan krijgen, beschouw ik als een goede dag. Twee dingen is ook al goed. Dat heb ik in die vijf jaar sinds ik hier af en aan ben wel geleerd! Slow but steady. De dingen die ik zelf kan doen, die doe ik, de rest gebeurt door wat te pushen en vooral heel veel geduld. En uiteindelijk krijg ik altijd weer heel veel voor elkaar! En wat niet lukt: let it go!

Structuur

Ben jij toch meer van de structuur en de planningen? In onze stressvolle structuur heb ik dat ook echt nodig! Check dan mijn e-Learning modules Structureren en Plannen voor volwassenen, ouders en leerkrachten.

De meeste volwassenen begrijpen mij niet, maar jij wel.
F. (11 jaar)