Een overprikkelde dag

Mijn wekker maakt me om 8.00u wakker en ik voel meteen dat mijn hele lichaam nog moe is. Het is zaterdag en ik heb dus niet echt een structuur in mijn dag. Ik doe het gordijn open vanuit bed en waarvoor ik vrees is waar: geen blauwe lucht te zien. Dan kost het me altijd nog meer moeite om wakker te worden en vrolijk te zijn. Mijn lichttherapiebril doet veel, maar op dit soort dagen ben ik in staat met het ding op in slaap te vallen. Je weet wel, die bril die me wakker moet maken. Gelukkig gebeurt dat maar zelden en maakt de bril me dan ook weer wakker.

Alles zit tegen

Met wat moeite dwing ik mezelf om mijn ochtendritueel af te gaan: Facebook, Twitter, Duolingo. Ik kom tot de conclusie dat ik gisteren weer eens vergeten ben om Twitter goed te zetten, waardoor ik nu véél te lezen heb. Ik word daar altijd sacherijnig van. Dan geef ik halverwege op en heb ik het gevoel niet bij te zijn. Duolingo is vandaag erg moeilijk en ik maak veel fouten. Om 10.00u gaat mijn bril uit en ben ik klaar met deze drie apps. Ik moet mijn bed uit maar wil niet. Van wie moet ik dat eigenlijk? Ik houd mezelf nog tot 11.00u bezig en dan krijg ik toch wel honger.

Als ik mijn ontbijt klaarmaak gaan mijn gedachten alle kanten op. Wat wil ik vandaag doen? Is er iets wat ik moet doen? Oh ja, mijn naaimachine ophalen. Ik vind het rot dat die vrouw me heeft opgezadeld met hoge kosten voor de reparatie, zonder het eerst even te checken. Maar daar kan ik nu niets meer aan doen. Zal ik er iets van zeggen? Dat lukt me toch niet. Ik moet ook eerst pinnen, want ze heeft geen pinautomaat. Ook raar, die dingen zijn €15. Zal ik dat zeggen? Dat is zeker niet aardig. Kom ik over als een wise-ass. Oeps, mijn wafels branden aan. Wat zal ik kijken tijdens het eten? Mijn normale shows geven teveel prikkels, documentaires zijn even te zwaar en als ik YouTube open dan is het einde helemaal zoek. Ik zet iets aan, ga eten en val daarna in slaap op de bank.

Anderhalve meter

Een paar uur later schrik ik wakker. Ik moet nog naar de winkels om te pinnen en voor een paar andere dingen. Als ik dat nu niet doe dan blijft het in mijn hoofd rondspoken dus ik kan het beter maar even doen. Op de fiets dan maar. Lopen is te vermoeiend. Bij het pinautomaat is het druk. Mensen staan goed op afstand, maar anderen lopen door de rij heen. Zo werkt die anderhalve meter nog niet, hè! Wat is mijn pincode ook alweer? En zou ze wel wisselgeld hebben straks? Ik kan geen briefjes van €5 pinnen. Een paar jongens staan met hun scooters lawaai te maken. Wat was mijn pincode ook alweer? En ik had toch nog iets contant, hoeveel moet ik dan pinnen? Dat lawaai!

In de winkel probeer ik iets te vinden maar het lukt niet. Ik wil het nu ook niet vragen want ik weet dat ik al geprikkeld ben. Dat lukt nu even niet. Maar ik heb het wel nodig en ik wil niet in de volgende winkel wéér uit moeten zoeken hoe het daar werkt met de mandjes en wagentjes. Waarom zijn er zoveel mensen met een groepje in de winkel? En waarom moet ik hen ontwijken en doen zij geen moeite? Ik zou er wat van kunnen zeggen, maar dat levert mij alleen maar weer dwanggedachten op. Ik pas me wel weer aan.

Weer geen rust

Eenmaal thuis wil ik even uitrusten. Maar dan krijg ik mailtjes waar ik echt nu op moet antwoorden. Niet handig, maar mensen zitten op me te wachten dus ik doe het toch maar. Dan kan ik eindelijk mijn naaimachine ophalen. Ik heb geen tijd gehad om uit te rusten. Hopelijk is alles goed. Ik haal hem op en zet hem neer. Ik heb mijn fijne kleren (waarmee ik niet naar buiten kan) weer aan, zet mijn moeders naaimachine aan de kant en kan eindelijk even rustig mondkapjes naaien. Draad spoelen, opzetten, ok, nog even dan. Ik druk met mijn voet het pedaal in en… niets. Hij doet het niet. Nog een keer. Niets.

De mevrouw bellen. Vriendelijk doen. Niet zeggen wat ik denk. Weer omkleden. Weer daarheen. Vriendelijk doen. Niet frustreren of uitvallen. Het gaat eigenlijk niet maar ik doe mijn best om me te gedragen hoe het hoort. Naaimachine daar laten. Terug naar huis. Omkleden. Mama’s machine terug. Gelukkig heb ik die. Even lekker naaien. Dan word ik eindelijk rustig.

 

Stel jezelf na het lezen van deze blog twee vragen:

  1. Is het begrijpelijk dat deze persoon angst, paniek en woede laat zien?
  2. Hoe kan ik ervoor zorgen dat prikkels verminderen, zodat dit minder vaak gebeurt?

Het antwoord op vraag 1 lijkt me duidelijk. Met vraag 2 help ik je mee: klik hier voor ouders, hier voor volwassenen en hier voor leerkrachten. En dan ga ik nu weer even uitrusten.

De meeste volwassenen begrijpen mij niet, maar jij wel.
F. (11 jaar)